donderdag 14 januari 2016

Trends en drijvende krachten

·Trends en drijvende krachten, 14 jan 2016

Hoe heb ik dit aangepakt?
Ik ben begonnen met het lezen van de verschillende artikelen, heb op internet gezocht en ben bij mijzelf nagegaan: wat vind ik nu belangrijk? Waar word ik door getriggerd? In positieve of in negatieve zin. Na meerdere en verschillende artikelen gelezen te hebben, op internet gezocht te hebben en erover gereflecteerd te hebben, kwam ik tot de conclusie dat optimistische ontwikkelingen evengoed bestaansrecht hebben als negatieve ontwikkelingen.

Welke trends en drijven krachten komen af op het onderwijs in het algemeen en welke op het HBO onderwijs in het bijzonder?
Onder trends versta ik: momenteel waarneembare, min of meer langdurige maatschappelijke ontwikkelingen of veranderingen die van invloed zijn op de (nabije) toekomst. Drijvende krachten zijn meer algemeen maatschappelijke ontwikkelingen, die vaak ten grondslag liggen aan trends, waarvan de richting en impact nog niet geheel duidelijk zijn en waarvan de toekomstvoorspelling lastig is. Erg duidelijk is dat onderscheid niet altijd. Drijvende krachten kunnen kenmerken hebben van trends. 

Er worden door verschillende auteurs vele trends genoemd, afhankelijk van welke achtergrond of insteek die de auteurs hebben. Soms hebben deze trends meer de kenmerken van drijvende krachten, soms zijn het echte trends die al herkenbaar zijn in de maatschappij. Een aantal van deze trends is meer of minder direct te koppen aan het onderwijs. Omdat drijvende krachten een algemener karakter hebben is een directe koppeling met onderwijs minder eenduidiger.

Een korte inventarisatie op internet (met zoektermen: trends; maatschappelijke ontwikkelingen; onderwijs in de toekomst) levert een aantal trends op. Niet alle trends zijn al even zichtbaar. Sommige zijn al duidelijk te herkennen, voor anderen geldt dat zij net waarneembaar zijn. De meest voorkomende som ik hier op:
·         Demografische ontwikkeling: waaronder ook vergrijzing, grotere diversiteit, multicultiralisering
·         Technologische ontwikkelingen: waaronder ook ict ontwikkelingen en robotisering
·         Mondialisering of globalisering
·         Ecologisering: waaronder ook duurzaamheid
·         Klimaatveranderingen
·         Gelijkheid en ongelijkheid
·         Nieuwe media
·         Ander curriculum
·         Maatschappelijke onrust
·         Individualisering
·         Dematerialisering
·         Kennisdevaluering
·         Mobiliteit: sociaal, geografisch

Ook de overheid signaleert trends, direct gericht op Nederland, los van bovenstaand overzicht zij noemt ook:
·         Ont-idustrialisering
·         Regionale verschillen
·         Participatie maatschappij
·         21 th century skills
·         Arbeidsrelaties: naar zzp’er
·         Leven lang leren

Specifiek voor het onderwijs kunnen dan in ieder geval worden genoemd:
·         Ander curriculum
·         Kennisdevaluering
·         21 th century skills
Maar ook ontwikkelingen als:
·         Ontscholing (letterlijk het gebouw)
·         Variatie in diploma’s
·         Verdwijnen monopolie van kennisoverdracht

De vraag is nu natuurlijk op welke wijze kies ik de trends die het meest opmerkelijke invloed hebben op het onderwijs in 2030? Er zijn zo veel trends dat dit niet eenvoudig is. Een van de criteria om te kiezen is: in hoeverre heeft de trend vrijwel direct invloed op de sector onderwijs. Bijvoorbeeld klimaatverandering en daarmee bedreiging van de eerste levensbehoeften (grote droogte leidt tot mislukte oogsten) kan zeker leiden tot migratie van grote groepen mensen over de gehele wereld, hetgeen nog wordt versterkt door de grote ongelijkheid in inkomen en welvaart. Zelfs basale levensbehoeften, die zeer wisselend verdeeld zijn in de wereld.
Ik heb de keuze beperkt tot die bredere ontwikkelingen die naar mijn mening het meest van invloed zijn voor 2030 voor het onderwijs. En waarbij sommige trends ook zijn gekoppeld.
Bijvoorbeeld het verdwijnen van het schoolgebouw heeft ook te maken met de devaluatie van kennis, die in een aantal situaties zeer snel verouderd, de digitalisering, de 21th century skills (ander curriculum) nieuwe media.
Dat betekent dat meerdere trends onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
De keuze wordt dan:
·         Ander curriculum, waarbij zijdelings onder andere de 21th century skills, technologische ontwikkelingen, kennisdevaluatie en nieuwe media van invloed zijn.
·         Variatie in diploma’s, waarbij zijdelings ook individualisering (in positieve zin: talentontwikkeling) en gelijkheid en ongelijkheid van invloed zijn.
Deze trends worden op hun beurt weer beïnvloed door bredere maatschappelijke ontwikkelingen die wellicht nog wat minder zichtbaar, maar zeker nog minder voorspelbaar zijn. Ook nu zijn er vele ontwikkelingen te vinden bij verschillende auteurs. Echter zijn trends nog enigszins waarneembaar en “bewijsbaar”, dat ligt voor deze ontwikkelingen minder duidelijk. Toch kunnen sommige hiervoor genoemde trends worden gezien als bredere maatschappelijke ontwikkeling. In de terminologie van LA4: drijvende krachten.
De twee drijvende krachten die voor mij van belang zijn voor het HBO zijn:
Dematerialisering: De vraag is in hoeverre de economische ontwikkelingen zoals die de afgelopen decennia zijn geweest met daarbij de nadruk op materialistisch groei nog gestand kan houden. De grenzen aan de economie, gebruik grondstoffen, verdeling van arm en rijk zijn wellicht bereikt. Groei moeten we dan zoeken in de “economie van het geluk” in plaats van de economie van materialisme. Dat houdt ook in een andere kijk op wat belangrijk is in het leven en in de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven.

Ontscholing: hierbij is de vraag of in de toekomst scholen met de monopolie van kennisoverdracht en vaardigheden ontwikkeling in deze vorm nog bestaan. Kennis is op veel plekken te halen, nieuwe media doen hun intrede, leren wordt meer en meer plaats- en tijdonafhankelijk. De rol van de docent gaat wijzigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten