Mijn eerste aanzet van mijn individuele stuk is klaar:
hier te vinden als link want het blog maakt van mijn mooie Wordbestand een zoekpuzzel:
drijvende krachten
Gelukkig hebben we een challence team: Back to the future. Zonder hen had ik nu nog gezocht naar wat trends zijn, tegentrends, drijvende krachten en wat niet. Bijeenkomen en er samen over nadenken en "kennisdialogen" opzetten (lang leve LA3) werkt.
En door de "drijvende veren" komen we er allemaal wel.
zondag 24 januari 2016
zondag 17 januari 2016
Trends en ontwikkelingen deel twee
Trends en drijvende krachten, 17 jan 2016
Hoe heb ik dit aangepakt?
Ik ben begonnen met het lezen van de verschillende
artikelen, heb op internet gezocht en ben bij mijzelf nagegaan: wat vind ik nu
belangrijk? Waar word ik door getriggerd? In positieve of in negatieve zin. Na
meerdere en verschillende artikelen gelezen te hebben, op internet gezocht te
hebben en erover gereflecteerd te hebben, kwam ik tot de conclusie dat
optimistische ontwikkelingen evengoed bestaansrecht hebben als negatieve
ontwikkelingen. En beiden spreken mij aan: wat is een mooi scenario, waar is de postivieve toekomst evenzeer als: wat is het doemscenario, waar zou ik van wakker kunnen liggen?
Trends zijn momenteel waarneembare, min of meer langdurige,
maatschappelijke ontwikkelingen of veranderingen die van invloed zijn op de
(nabije) toekomst. Binnen de ontwikkelingen is er onderscheid te maken in meer
algemeen maatschappelijke ontwikkelingen die voor vrijwel iedereen gelden. En
meer specifieke maatschappelijke ontwikkelingen, die meer voor bepaalde groepen
of situaties gelden.
Drijvende krachten zijn meer algemeen maatschappelijke
ontwikkelingen, die vaak ten grondslag liggen aan andere trends, waarvan de
richting en impact nog niet geheel duidelijk zijn en waarbij daarom de
toekomstvoorspelling lastig is. Daarmee is er een zekere duidelijkheid, maar
dat er overlap is en dat het onderscheid niet altijd even groot is, maakt een
strak afgebakend definitie vrijwel onmogelijk.
Welke trends en drijven krachten komen af op het onderwijs
in het algemeen en welke op het HBO onderwijs in het bijzonder?
1.1 Algehele ontwikkelingen
Om dat te onderzoeken schets ik eerst een algemeen beeld via
de DESTEP analyse. Daarbij breng ik de algemeen maatschappelijke situatie in
beeld. Daarbinnen worden de voor het onderwijs belangrijke trends verder
uitgewerkt.
DESTEP staat voor: demografische; economische;
sociaal-culturele; technologische; ecologische en politieke ontwikkeling.
Oorspronkelijk bedoeld voor marketing is dit model ook hier bruikbaar.
De demografische
ontwikkelingen zijn duidelijk. De bevolking in Nederland vergrijst, er
worden minder kinderen geboren. De levensverwachting stijgt aanzienlijk, hoewel
de gemiddelde gezondheid niet volledig meestijgt. Gevolg van de vergrijzing en
toegenomen leeftijdsverwachting is wel dat de lengte van productieve jaren meer
(veel?) zal zijn dan nu het geval is. Daarbij komt dan de vraag naar leven lang
leren weer aan de orde (Kessels, 2013; Ritsema van Eck, Van Dam, De Groot &
De Jong, 2013). De pensioenleeftijd verschuift als gevolg van deze
ontwikkelingen. De verwachting is dat in 2030 24 % van de bevolking ouder is
dan 65 jaar ( Piljic, z.d. 1). Echter door de leeftijdsontwikkeling en
achterblijvende geboortes wordt het potentieel leerlingen en studenten fors
geringer. In de periferie van Nederland zal het bevolkingsaantal waarschijnlijk
het meest dalen. De Randstad heeft hier veel minder mee te maken. Wel is er een groei van de steden in geheel
Nederland en een afname van de betekenis van de landelijke gemeenten (Ritsema
van Eck, Van Dam, De Groot & De Jong, 2013). De verwachting is dat de bevolking, op basis
onder van immigratie, zal groeien tot 2040 (Ritsema van Eck, Van Dam, De Groot
& De Jong, 2013). Niet geheel duidelijk is of de immigratie aanhoudt zoals
de laatste jaren of afneemt. Hier zijn twee scenario’s. Het ene voorspelt een
grote mondiale emigratie als gevolg van droogte, armoede en oorlog. Hierdoor
zullen grote stromen vluchtelingen blijven bestaan, met een grote invloed op de
demografie. Het andere scenario voorspelt een steeds betere verdeling van de
welvaart, beheersing van klimatologische
veranderingen en beheersing van oorlog en brandhaarden. Nogal optimistisch maar
hierdoor zullen grote migraties voorkomen kunnen worden.
De economische
ontwikkelingen zijn moeilijker te voorspellen. Nederland is een welvarend
land, maar heeft weinig natuurlijke reserves of delfstoffen. Daarmee is
Nederland dan ook economisch afhankelijk van andere landen. Waardoor de
Nederlandse economie volledig afhankelijk is van de wereldeconomie. Volgens de
overheid ligt de economische toekomst van Nederland ook meer bij handel,
dienstverlening, innovatie en kennis dan bij de industrie (Ros, Anje, persoonlijke communicatie 11 januari 2016).
Dat houdt in dat een grote inspanning nodig is cq blijft om in staat te zijn
aan die toekomst te voldoen. Een realistische kijk is wel belangrijk. Hoewel er
grote ontwikkelingen zijn en Nederland aan de vooravond staat van deze
toekomst, is ook de maakindustrie en technische dienstverlening momenteel en
ook in de nabije toekomst noodzakelijk. Tenslotte dienen er huizen gebouwd
moeten worden, weg- en wateronderhoud, infrastructuur moet worden aangelegd en
onderhouden en de agrarische sector blijft van groot belang. Een minimum aan
technische en agrarische kennis en kunde is en blijft noodzakelijk. Maar de
vraag daarnaar is te gering om de werkgelegenheid te garanderen. En zal ook niet
in staat zijn op de markt van globalisering of mondialisering een grote rol te
spelen. Maar Nederland is afhankelijk van wat buiten Nederland zich afspeelt.
Ook hier zijn er twee tegenover elkaar staande verwachtingen: De economie zal
wel groeien, maar door verschillende krachten, zoals het klimaat, ecologie en
arm- rijk tegenstellingen, respect voor gebruik van grondstoffen en bezinning
op de grondwaardes in het leven, zal het economisch niet meer zo goed gaan als
ooit geweest en is de drang daarnaar ook minder. Daar tegenover staat de opvatting
dat economische groei waarvan het einde mondiaal nog lang niet is bereikt, nog
lang zal standhouden.
Sociaal-culturele
ontwikkelingen zijn in een stroomversnelling geraakt. De oude waarden en
normen in de Nederlandse samenleving zijn niet meer voor iedereen even
vanzelfsprekend. De instroom van vluchtelingen, de tweede en derde generatie
allochtonen, de invloed van andere opvattingen uit de andere werelddelen, de
ontkerkelijking en de islamisering zorgen voor een verschuiving van de
opvattingen. Welke kant dat opgaat? In ieder geval is nu duidelijk een tendens
van polarisatie maar tegelijkertijd van verzoening en toenadering te
onderscheiden. Een andere ontwikkeling, gepaard gaande met demografische
ontwikkeling, is de opvatting over de rol en plaats van arbeid in het leven (Ritsema
van Eck, Van Dam, De Groot & De Jong, 2013). Tot de
jaren zestig van de vorige eeuw was arbeid noodzakelijk en hoorde bij het
leven. In de tussenliggende jaren tot 2010 is er een verschuiving opgetreden
naar meer vrije tijd en bevrediging zoeken buiten arbeid. Zie ook de Vut
leeftijd van 57 jaar. Terwijl de laatste jaren er een ontwikkeling is naar
arbeid over een langere periode in het leven, meer dan nu maar met een
duidelijk hang naar evenwicht tussen werk en privé. Meer dan voorheen zijn de
oude opvattingen over een baan voor het leven gewijzigd in het ontwikkelen van
nieuwe vormen van arbeidsrelaties. De toename van het aantal ZZP’ers is daar
een voorbeeld van (ING, 2013) komt “het leven lang leren” weer op de agenda
(Brief aan de tweede kamer, Toekomstgericht funderend onderwijs, 17 november
2014).
Technologische ontwikkelingen
gaan heel hard. En de ontwikkelingen gaan steeds sneller. Vooral de ICT
ontwikkelingen blijken voortdurend sneller te gaan. Maar ook de medische
ontwikkelingen, van invloed op de levensverwachting en algemeen gezondheid gaan
snel. De invloed van de technologie op het dagelijks leven wordt groter. Robotisering
neemt steeds sneller toe en er is een integratie van velerlei kunstmatige “intelligentie”
in dagdagelijkse gebruiksvoorwerpen. (Kessels, 2013). En door de nieuwe technologie
verdwijnt een groot deel ban het bestaande werk. De nieuwe technologie leidt ook tot een
verschuiving in het gebruik van media, nieuwe media en daarmee nieuwe
omgangsvormen en vormen van sociaal contacten veranderen. Maar ook zorgen de technologische
ontwikkelingen voor een volledig nieuwe informatie stroom inclusief een enorme
toename van digitale communicatie. Dat heeft grote gevolgen voor de opvattingen
over arbeid en arbeidsrelaties en voor het organiseren van die arbeid: van tijd-
en plaatsgebonden naar grote vrijheid (Stegeman, zd). De technologie heeft
eveneens grote gevolgen voor het onderwijs, (Brief aan de tweede kamer, Toekomstgericht
funderend onderwijs, 17 november 2014).
Ecologie wordt
als steeds belangrijker beschouwd. De opvatting dat er ongebreidelde resources
zijn, is achterhaald. Meer en meer is er aandacht voor milieuverontreiniging,
verantwoord omgaan met natuurlijke bronnen, aandacht voor duurzaam produceren
en consumeren en aandacht voor het menselijke milieu: arbeid. Maar
tegelijkertijd blijken deze opvattingen mondiaal niet gedeeld te worden. Een
helaas sprekend voorbeeld daarvan is het mijn of meer mislukken van de
wereldmilieu top. Echte vergaande maatregelen zijn achterwege gebleven. Helaas
heeft de klimaatverandering wel grote gevolgen. Op veel plekken in de wereld is
er sprake van grote en langdurige droogte terwijl op andere plekken zware en
hevige regenbuien deze gebieden teisteren met overstromingen tot gevolg. Het
wereld klimaat verschuift. Zuid-Europa heeft al een Noord-Afrikaans klimaat en
Noord-Frankrijk heeft een klimaat met Mediterrane eigenschappen. Ook in
Nederland is de wijziging merkbaar. Nederland heeft de economische en technologische
mogelijkheden hier nog mee om te gaan. Maar een deel van de migratie uit Afrika
en het Midden-Oosten naar Europa is ook ontstaan als gevolg van de langdurige
droogte. Deze dwong boeren naar de steden, die hierop niet waren berekend en
armoede en daarmee maatschappelijke onvrede was een gevolg. Een goede
voedingsbodem voor de onrust in dat gebied. Natuurlijk speelt er in de
migratiegebieden veel meer, maar klimaatverandering is zeker een oorzaak. Voor
Nederland geldt in ieder geval dat steeds meer mensen zich bezinnen op het
ongebreideld consumptisme en de ecologisch negatieve gevolgen daar van.
Duurzaamheid wordt daarmee steeds belangrijker.
Politieke
ontwikkelingen in Nederland. Ook hier zijn verschillende ontwikkelingen
herkenbaar. De decentralisatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden legt
een claim op de lagere overheden, maar brengt de verantwoordelijkheid ook
dichter bij het individu. Ook in het onderwijs. De van bovenaf opgelegde
regulering zal verminderen. Er is meer ruimte voor regionale of zelfs individuele
ontwikkeling. (Kennisbank Directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties,
zd)
1.2 Trends
inventarisatie
Er worden door verschillende auteurs vele trends genoemd,
afhankelijk van welke achtergrond of insteek die de auteurs hebben. Een aantal
van deze trends is meer of minder direct te koppen aan het onderwijs.
Een inventarisatie op internet (met zoektermen: trends; maatschappelijke ontwikkelingen;
onderwijs in de toekomst) levert een aantal trends op. Niet alle trends zijn al
even zichtbaar. Sommige zijn al duidelijk te herkennen, voor anderen geldt dat
zij net waarneembaar zijn. Bij de DESTEP zijn
ook trends en ontwikkelingen al genoemd, maar een deel neem ik hier in
het overzicht opnieuw mee. De meest voorkomende som ik hier op( Berends, 2015;
Beschuyt (red.) 2013; Kelderman, Hendrikse & Geerding, 2014; Kessels, 2013;
Stegeman, zd; Meyer, 2015; Ouden den, Valkenburg & brok den, 2014; Piljic
zd; Roodhart, 2015; Smit 2015)Demografische ontwikkeling: waaronder ook vergrijzing,
grotere diversiteit, multicultirisering
·
Technologische ontwikkelingen: waaronder ook ict
ontwikkelingen en robotisering
·
Mondialisering of globalisering
·
Ecologisering: waaronder ook duurzaamheid
·
Klimaatveranderingen
·
Gelijkheid en ongelijkheid
·
Nieuwe media
·
Ander curriculum
·
Maatschappelijke onrust
·
Individualisering
·
Dematerialisering
·
Kennisdevaluering
·
Mobiliteit: sociaal, geografisch
Ook de overheid signaleert trends, direct gericht op
Nederland, los van bovenstaand overzicht zij noemt ook (Brief aan de tweede
kamer, Toekomstgericht funderend onderwijs, 17 november 2014):
·
Ont-idustrialisering
·
Regionale verschillen
·
Participatie maatschappij
·
21 th century skills
·
Arbeidsrelaties: naar zzp’er
·
Leven lang leren
Specifiek voor het onderwijs kunnen dan in ieder geval
worden genoemd:
·
Ander curriculum
·
Kennisdevaluering
·
21 th century skills
Maar ook ontwikkelingen als:
·
Ontscholing (letterlijk het gebouw)
·
Variatie in diploma’s
·
Verdwijnen monopolie van kennisoverdracht
De vraag is nu natuurlijk op welke wijze kies ik de trends
die het meest opmerkelijke invloed hebben op het onderwijs in 2030? Er zijn zo
veel trends dat dit niet eenvoudig is. Een van de criteria om te kiezen is: in
hoeverre heeft de trend vrijwel direct invloed op de sector onderwijs.
Bijvoorbeeld klimaatverandering en daarmee bedreiging van de eerste
levensbehoeften (grote droogte leidt tot mislukte oogsten) kan zeker leiden tot
migratie van grote groepen mensen over de gehele wereld, hetgeen nog wordt
versterkt door de grote ongelijkheid in inkomen en welvaart. Zelfs basale
levensbehoeften, die zeer wisselend verdeeld zijn in de wereld en kunnen leiden
tot migratie. Echter direct heeft dit geen invloed op het onderwijs. Indirect
overigens waarschijnlijk wel.
Ik heb de keuze beperkt tot die bredere ontwikkelingen die
naar mijn mening het meest van invloed zijn voor 2030 voor het onderwijs. En
waarbij sommige trends ook zijn gekoppeld aan elkaar.
Bijvoorbeeld het verdwijnen van het schoolgebouw heeft ook
te maken met de devaluatie van kennis, die in een aantal situaties zeer snel
verouderd, de digitalisering, de 21th century skills (ander curriculum), ICT ontwikkelingen
en nieuwe media.
Dat betekent dat meerdere trends onlosmakelijk met elkaar
zijn verbonden.
De keuze wordt dan:
·
Curriculum,
waarbij onder andere de 21th century skills, technologische ontwikkelingen,
kennisdevaluatie en nieuwe media van invloed zijn.
·
Variatie
in diploma’s, waarbij ook individualisering (in positieve zin:
talentontwikkeling) en gelijkheid en ongelijkheid van invloed zijn.
Deze trends worden op hun beurt weer beïnvloed door bredere
maatschappelijke ontwikkelingen die wellicht nu nog minder zichtbaar en zeker
nog minder voorspelbaar zijn. Ook nu zijn er vele ontwikkelingen te vinden bij
verschillende auteurs. Echter zijn trends nog enigszins waarneembaar en
“bewijsbaar”, dat ligt voor deze ontwikkelingen minder duidelijk. Toch kunnen
sommige hiervoor genoemde trends worden gezien als bredere maatschappelijke
ontwikkeling. In de terminologie van LA4: drijvende krachten.
De twee drijvende krachten die voor mij van belang zijn voor
het HBO zijn:
Dematerialisering: De
vraag is in hoeverre de economische ontwikkelingen zoals die de afgelopen
decennia zijn geweest met de nadruk op materialistisch groei, nog gestand kan
houden. De grenzen aan de economie, gebruik grondstoffen, verdeling van arm en
rijk zijn wellicht bereikt. Duurzaamheid, ook persoonlijke duurzaamheid waarmee
wordt bedoeld de eigen inzetbaarheid, krijgt daarmee een belangrijke betekenis(
Piljic; Stegeman). Groei moeten we dan zoeken in de “economie van het geluk” in
plaats van de economie van materialisme. Dat houdt ook in een andere kijk op
wat belangrijk is in het leven en in de wijze waarop hier invulling aan wordt
gegeven (Economie van het geluk).
Ontscholing: hierbij
is de vraag of in de toekomst scholen met de monopolie van kennisoverdracht en
vaardigheden ontwikkeling in deze vorm nog bestaan. Kennis is op veel plekken
te halen, nieuwe media doen hun intrede, leren wordt meer en meer plaats- en
tijdonafhankelijk. De rol van de docent gaat wijzigen (Beschuyt, red, 2013; Kessels,
2013; Brief aan de tweede kamer: Toekomstgericht
funderend onderwijs, 2014).
Literatuurlijst
Berends, R (2015) http://www.sg.uu.nl/nieuwsblog/2015/03/09/10-trends-in-het-onderwijs-van-morgen,
geraadpleegd 14 januari 2016.
Beschuyt, P. (red.) (2013). De school – Een aantrekkelijke plek voor
leren en werken in 2030? Koning Boudewijn Stichting.
Bouwen, G., (red) (2014) De nieuwe school in 2030: Hoe maken we leren
en werken aantrekkelijk? Koning Boudewijn Stichting.
Brief aan de tweede kamer: Toekomstgericht funderend onderwijs (2014): file:///C:/Users/303975/Downloads/kamerbrief-over-toekomstgericht-funderend-onderwijs.pdf,
geraadpleegd: 13 januari 2016
Economie van het geluk (nog
verwijzen)
Eck, J., van, Dam, F., van, Groot, C. de en Jong, A. de (2013). Demografische ontwikkelingen 201-2040.
Ruimtelijke effecten en regionale diversiteit. Planbureau voor de
leefomgeving; Den Haag.
ING Economisch Bureau (2013). Zzp’er optimistischer over 2013. https://www.ing.nl/media/ING_MKB-Economisch-bureau-februari-2013_tcm162-72024.pdf.
Geraadpleegd 14 januari 2016.
Kelderman, H. Hendrikse, P., en
Geerding, B. (2014)Trendrapport
2014-2015. Technologie Kompas voor het onderwijs. https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/publicatie/trendrapport/Trendrapport_2014-2015.pdf
geraadpleegd 14 januari 2016.
Kessels, J. (2013) Toekomst van onderwijs in Vlaanderen. Koning
Boudewijn Stichting.
Stegeman, H. (zd) http://www.in2030.nl/wp-content/uploads/2011/06/TREND_Technologie-globalisering-en-productiviteit_rdh.pdf,
geraadpleegd 15 januari 2016
Kennisbank Directoraat-generaal
Bestuur en Koninkrijksrelaties. http://kennisopenbaarbestuur.nl/thema/trends-en-ontwikkelingen,
geraadpleegd 16 januari 2016
Meyer, D. (2015) Onderwijs in 2030, een andere wereld. Hogeschool
Arnhem en Nijmegen.
Ouden, den, E., Valkenburg, R en
Brok, den, P., (2014) Leren in Eindhoven
2030. Visie en roadmap voor de toekomst van educatie. Lighthouse at TU/e;
Eindhoven
Piljic, D.(1) http://www.in2030.nl/wp-content/uploads/2011/06/TREND_Het-demografische-tij-keert_rdh.pdf,
geraadpleegd: 16 januari 2016.
Roodhart, H (2015) http://www.marketingonline.nl/blog/maatschappelijke-trends-voor-de-toekomst
geraadpleegd 14 januari 2016.
Smit, G. (2015) http://www.dutchcowboys.nl/technology/zijn-we-klaar-voor-de-toekomst,
geraadpleegd 12 januari 2016
donderdag 14 januari 2016
Trends en drijvende krachten
· Trends en drijvende krachten, 14 jan 2016
Hoe heb ik dit aangepakt?
Ik ben begonnen met het lezen van de verschillende
artikelen, heb op internet gezocht en ben bij mijzelf nagegaan: wat vind ik nu
belangrijk? Waar word ik door getriggerd? In positieve of in negatieve zin. Na
meerdere en verschillende artikelen gelezen te hebben, op internet gezocht te
hebben en erover gereflecteerd te hebben, kwam ik tot de conclusie dat
optimistische ontwikkelingen evengoed bestaansrecht hebben als negatieve
ontwikkelingen.
Welke trends en drijven krachten komen af op het onderwijs
in het algemeen en welke op het HBO onderwijs in het bijzonder?
Onder trends versta ik: momenteel waarneembare, min of
meer langdurige maatschappelijke ontwikkelingen of veranderingen die van
invloed zijn op de (nabije) toekomst. Drijvende krachten zijn meer algemeen
maatschappelijke ontwikkelingen, die vaak ten grondslag liggen aan trends, waarvan de richting en impact nog niet geheel duidelijk zijn en waarvan de toekomstvoorspelling lastig is. Erg duidelijk is dat onderscheid niet altijd. Drijvende krachten kunnen kenmerken hebben van trends.
Er worden door verschillende auteurs vele trends genoemd,
afhankelijk van welke achtergrond of insteek die de auteurs hebben. Soms hebben deze trends meer de kenmerken van drijvende krachten, soms zijn het echte trends die al herkenbaar zijn in de maatschappij. Een aantal
van deze trends is meer of minder direct te koppen aan het onderwijs. Omdat drijvende krachten een algemener karakter hebben is een directe koppeling met onderwijs minder eenduidiger.
Een korte inventarisatie op internet (met zoektermen: trends; maatschappelijke ontwikkelingen;
onderwijs in de toekomst) levert een aantal trends op. Niet alle trends zijn al
even zichtbaar. Sommige zijn al duidelijk te herkennen, voor anderen geldt dat
zij net waarneembaar zijn. De meest voorkomende som ik hier op:
·
Demografische ontwikkeling: waaronder ook
vergrijzing, grotere diversiteit, multicultiralisering
·
Technologische ontwikkelingen: waaronder ook ict
ontwikkelingen en robotisering
·
Mondialisering of globalisering
·
Ecologisering: waaronder ook duurzaamheid
·
Klimaatveranderingen
·
Gelijkheid en ongelijkheid
·
Nieuwe media
·
Ander curriculum
·
Maatschappelijke onrust
·
Individualisering
·
Dematerialisering
·
Kennisdevaluering
·
Mobiliteit: sociaal, geografisch
Ook de overheid signaleert trends, direct gericht op
Nederland, los van bovenstaand overzicht zij noemt ook:
·
Ont-idustrialisering
·
Regionale verschillen
·
Participatie maatschappij
·
21 th century skills
·
Arbeidsrelaties: naar zzp’er
·
Leven lang leren
Specifiek voor het onderwijs kunnen dan in ieder geval
worden genoemd:
·
Ander curriculum
·
Kennisdevaluering
·
21 th century skills
Maar ook ontwikkelingen als:
·
Ontscholing (letterlijk het gebouw)
·
Variatie in diploma’s
·
Verdwijnen monopolie van kennisoverdracht
De vraag is nu natuurlijk op welke wijze kies ik de trends
die het meest opmerkelijke invloed hebben op het onderwijs in 2030? Er zijn zo
veel trends dat dit niet eenvoudig is. Een van de criteria om te kiezen is: in
hoeverre heeft de trend vrijwel direct invloed op de sector onderwijs.
Bijvoorbeeld klimaatverandering en daarmee bedreiging van de eerste
levensbehoeften (grote droogte leidt tot mislukte oogsten) kan zeker leiden tot
migratie van grote groepen mensen over de gehele wereld, hetgeen nog wordt
versterkt door de grote ongelijkheid in inkomen en welvaart. Zelfs basale
levensbehoeften, die zeer wisselend verdeeld zijn in de wereld.
Ik heb de keuze beperkt tot die bredere ontwikkelingen die
naar mijn mening het meest van invloed zijn voor 2030 voor het onderwijs. En
waarbij sommige trends ook zijn gekoppeld.
Bijvoorbeeld het verdwijnen van het schoolgebouw heeft ook
te maken met de devaluatie van kennis, die in een aantal situaties zeer snel
verouderd, de digitalisering, de 21th century skills (ander curriculum) nieuwe
media.
Dat betekent dat meerdere trends onlosmakelijk met elkaar
zijn verbonden.
De keuze wordt dan:
·
Ander
curriculum, waarbij zijdelings onder andere de 21th century skills, technologische
ontwikkelingen, kennisdevaluatie en nieuwe media van invloed zijn.
·
Variatie
in diploma’s, waarbij zijdelings ook individualisering (in positieve zin:
talentontwikkeling) en gelijkheid en ongelijkheid van invloed zijn.
Deze trends worden op hun beurt weer beïnvloed door bredere
maatschappelijke ontwikkelingen die wellicht nog wat minder zichtbaar, maar zeker
nog minder voorspelbaar zijn. Ook nu zijn er vele ontwikkelingen te vinden bij
verschillende auteurs. Echter zijn trends nog enigszins waarneembaar en
“bewijsbaar”, dat ligt voor deze ontwikkelingen minder duidelijk. Toch kunnen
sommige hiervoor genoemde trends worden gezien als bredere maatschappelijke
ontwikkeling. In de terminologie van LA4: drijvende krachten.
De twee drijvende krachten die voor mij van belang zijn voor
het HBO zijn:
Dematerialisering: De
vraag is in hoeverre de economische ontwikkelingen zoals die de afgelopen
decennia zijn geweest met daarbij de nadruk op materialistisch groei nog
gestand kan houden. De grenzen aan de economie, gebruik grondstoffen, verdeling
van arm en rijk zijn wellicht bereikt. Groei moeten we dan zoeken in de
“economie van het geluk” in plaats van de economie van materialisme. Dat houdt
ook in een andere kijk op wat belangrijk is in het leven en in de wijze waarop
hier invulling aan wordt gegeven.
Ontscholing: hierbij
is de vraag of in de toekomst scholen met de monopolie van kennisoverdracht en
vaardigheden ontwikkeling in deze vorm nog bestaan. Kennis is op veel plekken
te halen, nieuwe media doen hun intrede, leren wordt meer en meer plaats- en
tijdonafhankelijk. De rol van de docent gaat wijzigen.
maandag 11 januari 2016
maandag 4 januari 2016
Questkaart 0
Individuele opdracht Questkaart 0, 4 januari 2016
Zoals al in de vorige post is aangegeven is mijn Avatar de vuurvogel. Met uitleg waarom die mij past.
Waar staat de vuurvogel voor mij als symbool voor:
Vrijheid, behulpzaamheid en kleurrijk, apart en herkenbaar. Dat zijn dan ook mijn sterke punten.
Vrijheid in denken: out-of-the-box denken. Vrijheid in handelen: wat vind ik belangrijk? Daarin dus een eigenheid en zelfstandigheid hanterend. Niet altijd tot ieders genoegen. Ik ben geen meeloper. Wel positief kritisch en analytisch. En behulpzaam waardoor ik toch goed kan samenwerken.
Kleurrijk: wat is er allemaal mogelijk, hoe kun je jezelf op een goede wijze onderscheiden. En herkenbaar, mijn stempel drukt op mijn handelen, mijn zijn, mijzelf.
Kleurrijk: het mag anders dan anders, het mag mooi, het mag buitengewoon. Ook kunnen aanvaarden dat anderen anders denken en handelen, mijzelf aanpassen omdat ik dat belangrijk vind, niet omdat dat van me wordt verwacht.
Creatief om iets nieuws te verzinnen, maar niet zo creatief dat ik echt tot heel vernieuwende zaken kom, ik ben beter in het verbeteren van ideeën van anderen, dan zelf met fundamentele ideeën te komen. Maar daarbinnen wel weer heel creatief om dat idee tot werkelijkheid te kunnen laten worden.
Ik duik graag in de literatuur, ben een veelvraat daarin en destilleer later dan wat echt belangrijk is.
Ik ben analytisch en sterk in het conceptueel denken. Kan dit ook praktisch maken, maar ik ben geen visionair. Tenminste tot nu toe niet.
Voor deze opdracht betekent dat het goed kunnen samenwerken, behulpzaam zijn, analytisch en praktisch als pluspunten. Maar er zijn ook minpunten, ik ben toch wel een digi-beet, kan ongeduldig zijn en soms ook vastlopen in te lange discussies. Aandachtspunten dus.
Leerdoelen:
Ik heb een vernieuwende visie ontwikkelt op mogelijke toekomst scenario’s. Hierbij zijn verschillende perspectieven, ontwikkelingen en trends (toekomstgericht) eigen gemaakt en meegenomen n deze ontwikkeling.
Ik gebruik bij het tot stand brengen van het toekomstbeeld vernieuwende concepten en concepten vanuit andere disciplines. Dit wordt getoond in een visuele aantrekkelijke en vernieuwende vorm
Ik heb interactie met meerdere partijen waaronder externen binnen en buiten het onderwijsveld, gericht op co-creatie ( zoals het concretiseren van ideeën in een product of dienst), leidend tot vervolgactie bij de ander of de eigen onderwijsorganisatie.
Zoals al in de vorige post is aangegeven is mijn Avatar de vuurvogel. Met uitleg waarom die mij past.
Waar staat de vuurvogel voor mij als symbool voor:
Vrijheid, behulpzaamheid en kleurrijk, apart en herkenbaar. Dat zijn dan ook mijn sterke punten.
Vrijheid in denken: out-of-the-box denken. Vrijheid in handelen: wat vind ik belangrijk? Daarin dus een eigenheid en zelfstandigheid hanterend. Niet altijd tot ieders genoegen. Ik ben geen meeloper. Wel positief kritisch en analytisch. En behulpzaam waardoor ik toch goed kan samenwerken.
Kleurrijk: wat is er allemaal mogelijk, hoe kun je jezelf op een goede wijze onderscheiden. En herkenbaar, mijn stempel drukt op mijn handelen, mijn zijn, mijzelf.
Kleurrijk: het mag anders dan anders, het mag mooi, het mag buitengewoon. Ook kunnen aanvaarden dat anderen anders denken en handelen, mijzelf aanpassen omdat ik dat belangrijk vind, niet omdat dat van me wordt verwacht.
Creatief om iets nieuws te verzinnen, maar niet zo creatief dat ik echt tot heel vernieuwende zaken kom, ik ben beter in het verbeteren van ideeën van anderen, dan zelf met fundamentele ideeën te komen. Maar daarbinnen wel weer heel creatief om dat idee tot werkelijkheid te kunnen laten worden.
Ik duik graag in de literatuur, ben een veelvraat daarin en destilleer later dan wat echt belangrijk is.
Ik ben analytisch en sterk in het conceptueel denken. Kan dit ook praktisch maken, maar ik ben geen visionair. Tenminste tot nu toe niet.
Voor deze opdracht betekent dat het goed kunnen samenwerken, behulpzaam zijn, analytisch en praktisch als pluspunten. Maar er zijn ook minpunten, ik ben toch wel een digi-beet, kan ongeduldig zijn en soms ook vastlopen in te lange discussies. Aandachtspunten dus.
Leerdoelen:
Ik heb een vernieuwende visie ontwikkelt op mogelijke toekomst scenario’s. Hierbij zijn verschillende perspectieven, ontwikkelingen en trends (toekomstgericht) eigen gemaakt en meegenomen n deze ontwikkeling.
Ik gebruik bij het tot stand brengen van het toekomstbeeld vernieuwende concepten en concepten vanuit andere disciplines. Dit wordt getoond in een visuele aantrekkelijke en vernieuwende vorm
Ik heb interactie met meerdere partijen waaronder externen binnen en buiten het onderwijsveld, gericht op co-creatie ( zoals het concretiseren van ideeën in een product of dienst), leidend tot vervolgactie bij de ander of de eigen onderwijsorganisatie.
zondag 3 januari 2016
Mijn Avatar: L'Oiseau de Feu: de Vuurvogel uit de beroemde Parijse Stravinskyfontein.
De vuurvogel is een fabeldier uit een Russisch sprookje en dit sprookje is op muziek gezet door Stravinsky in een ballet. De vuurvogel houdt van zijn vrijheid, overwint de dood en helpt degenen die dat nodig hebben.
In de fontein is de vuurvogel zeer kleurrijk, apart en meteen herkenbaar.
Nu zal ik de dood niet overwinnen, maar ik ben zeker behulpzaam, ben kleurrijk, apart en herkenbaar. En ik ben zeer gesteld op mijn vrijheid.
Oh ja, Parijs is een heel leuke stad.
De vuurvogel is een fabeldier uit een Russisch sprookje en dit sprookje is op muziek gezet door Stravinsky in een ballet. De vuurvogel houdt van zijn vrijheid, overwint de dood en helpt degenen die dat nodig hebben.
In de fontein is de vuurvogel zeer kleurrijk, apart en meteen herkenbaar.
Nu zal ik de dood niet overwinnen, maar ik ben zeker behulpzaam, ben kleurrijk, apart en herkenbaar. En ik ben zeer gesteld op mijn vrijheid.
L'Oiseau de Feu, c'est moi
Oh ja, Parijs is een heel leuke stad.
LA4
Op naar een nieuw arrangement: LA4.
We gaan weer beginnen, nieuw jaar, nieuwe ronden nieuwe prijzen.
We gaan weer beginnen, nieuw jaar, nieuwe ronden nieuwe prijzen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
