zondag 24 januari 2016

Trends en drijvende krachten

Mijn eerste aanzet van mijn individuele stuk is klaar:
hier te vinden als link want het blog maakt van mijn mooie Wordbestand een zoekpuzzel:
 drijvende krachten

Gelukkig hebben we een challence team: Back to the future. Zonder hen had ik nu nog gezocht naar wat trends zijn, tegentrends, drijvende krachten en wat niet. Bijeenkomen en er samen over nadenken en "kennisdialogen" opzetten (lang leve LA3) werkt.
En door de "drijvende veren" komen we er allemaal wel.

zondag 17 januari 2016

Trends en ontwikkelingen deel twee

Trends en drijvende krachten, 17 jan 2016

Hoe heb ik dit aangepakt?
Ik ben begonnen met het lezen van de verschillende artikelen, heb op internet gezocht en ben bij mijzelf nagegaan: wat vind ik nu belangrijk? Waar word ik door getriggerd? In positieve of in negatieve zin. Na meerdere en verschillende artikelen gelezen te hebben, op internet gezocht te hebben en erover gereflecteerd te hebben, kwam ik tot de conclusie dat optimistische ontwikkelingen evengoed bestaansrecht hebben als negatieve ontwikkelingen. En beiden spreken mij aan: wat is een mooi scenario, waar is de postivieve toekomst evenzeer als: wat is het doemscenario, waar zou ik van wakker kunnen liggen?
Trends zijn momenteel waarneembare, min of meer langdurige, maatschappelijke ontwikkelingen of veranderingen die van invloed zijn op de (nabije) toekomst. Binnen de ontwikkelingen is er onderscheid te maken in meer algemeen maatschappelijke ontwikkelingen die voor vrijwel iedereen gelden. En meer specifieke maatschappelijke ontwikkelingen, die meer voor bepaalde groepen of situaties gelden.
Drijvende krachten zijn meer algemeen maatschappelijke ontwikkelingen, die vaak ten grondslag liggen aan andere trends, waarvan de richting en impact nog niet geheel duidelijk zijn en waarbij daarom de toekomstvoorspelling lastig is. Daarmee is er een zekere duidelijkheid, maar dat er overlap is en dat het onderscheid niet altijd even groot is, maakt een strak afgebakend definitie vrijwel onmogelijk.
Welke trends en drijven krachten komen af op het onderwijs in het algemeen en welke op het HBO onderwijs in het bijzonder?
1.1 Algehele  ontwikkelingen
Om dat te onderzoeken schets ik eerst een algemeen beeld via de DESTEP analyse. Daarbij breng ik de algemeen maatschappelijke situatie in beeld. Daarbinnen worden de voor het onderwijs belangrijke trends verder uitgewerkt.
DESTEP staat voor: demografische; economische; sociaal-culturele; technologische; ecologische en politieke ontwikkeling. Oorspronkelijk bedoeld voor marketing is dit model ook hier bruikbaar.
De demografische ontwikkelingen zijn duidelijk. De bevolking in Nederland vergrijst, er worden minder kinderen geboren. De levensverwachting stijgt aanzienlijk, hoewel de gemiddelde gezondheid niet volledig meestijgt. Gevolg van de vergrijzing en toegenomen leeftijdsverwachting is wel dat de lengte van productieve jaren meer (veel?) zal zijn dan nu het geval is. Daarbij komt dan de vraag naar leven lang leren weer aan de orde (Kessels, 2013; Ritsema van Eck, Van Dam, De Groot & De Jong, 2013). De pensioenleeftijd verschuift als gevolg van deze ontwikkelingen. De verwachting is dat in 2030 24 % van de bevolking ouder is dan 65 jaar ( Piljic, z.d. 1). Echter door de leeftijdsontwikkeling en achterblijvende geboortes wordt het potentieel leerlingen en studenten fors geringer. In de periferie van Nederland zal het bevolkingsaantal waarschijnlijk het meest dalen. De Randstad heeft hier veel minder mee te maken.  Wel is er een groei van de steden in geheel Nederland en een afname van de betekenis van de landelijke gemeenten (Ritsema van Eck, Van Dam, De Groot & De Jong, 2013).  De verwachting is dat de bevolking, op basis onder van immigratie, zal groeien tot 2040 (Ritsema van Eck, Van Dam, De Groot & De Jong, 2013). Niet geheel duidelijk is of de immigratie aanhoudt zoals de laatste jaren of afneemt. Hier zijn twee scenario’s. Het ene voorspelt een grote mondiale emigratie als gevolg van droogte, armoede en oorlog. Hierdoor zullen grote stromen vluchtelingen blijven bestaan, met een grote invloed op de demografie. Het andere scenario voorspelt een steeds betere verdeling van de welvaart, beheersing van  klimatologische veranderingen en beheersing van oorlog en brandhaarden. Nogal optimistisch maar hierdoor zullen grote migraties voorkomen kunnen worden.
De economische ontwikkelingen zijn moeilijker te voorspellen. Nederland is een welvarend land, maar heeft weinig natuurlijke reserves of delfstoffen. Daarmee is Nederland dan ook economisch afhankelijk van andere landen. Waardoor de Nederlandse economie volledig afhankelijk is van de wereldeconomie. Volgens de overheid ligt de economische toekomst van Nederland ook meer bij handel, dienstverlening, innovatie en kennis dan bij de industrie (Ros, Anje,  persoonlijke communicatie 11 januari 2016). Dat houdt in dat een grote inspanning nodig is cq blijft om in staat te zijn aan die toekomst te voldoen. Een realistische kijk is wel belangrijk. Hoewel er grote ontwikkelingen zijn en Nederland aan de vooravond staat van deze toekomst, is ook de maakindustrie en technische dienstverlening momenteel en ook in de nabije toekomst noodzakelijk. Tenslotte dienen er huizen gebouwd moeten worden, weg- en wateronderhoud, infrastructuur moet worden aangelegd en onderhouden en de agrarische sector blijft van groot belang. Een minimum aan technische en agrarische kennis en kunde is en blijft noodzakelijk. Maar de vraag daarnaar is te gering om de werkgelegenheid te garanderen. En zal ook niet in staat zijn op de markt van globalisering of mondialisering een grote rol te spelen. Maar Nederland is afhankelijk van wat buiten Nederland zich afspeelt. Ook hier zijn er twee tegenover elkaar staande verwachtingen: De economie zal wel groeien, maar door verschillende krachten, zoals het klimaat, ecologie en arm- rijk tegenstellingen, respect voor gebruik van grondstoffen en bezinning op de grondwaardes in het leven, zal het economisch niet meer zo goed gaan als ooit geweest en is de drang daarnaar ook minder. Daar tegenover staat de opvatting dat economische groei waarvan het einde mondiaal nog lang niet is bereikt, nog lang zal standhouden.
Sociaal-culturele ontwikkelingen zijn in een stroomversnelling geraakt. De oude waarden en normen in de Nederlandse samenleving zijn niet meer voor iedereen even vanzelfsprekend. De instroom van vluchtelingen, de tweede en derde generatie allochtonen, de invloed van andere opvattingen uit de andere werelddelen, de ontkerkelijking en de islamisering zorgen voor een verschuiving van de opvattingen. Welke kant dat opgaat? In ieder geval is nu duidelijk een tendens van polarisatie maar tegelijkertijd van verzoening en toenadering te onderscheiden. Een andere ontwikkeling, gepaard gaande met demografische ontwikkeling, is de opvatting over de rol en plaats van arbeid in het leven (Ritsema van Eck, Van Dam, De Groot & De Jong, 2013).   Tot de jaren zestig van de vorige eeuw was arbeid noodzakelijk en hoorde bij het leven. In de tussenliggende jaren tot 2010 is er een verschuiving opgetreden naar meer vrije tijd en bevrediging zoeken buiten arbeid. Zie ook de Vut leeftijd van 57 jaar. Terwijl de laatste jaren er een ontwikkeling is naar arbeid over een langere periode in het leven, meer dan nu maar met een duidelijk hang naar evenwicht tussen werk en privé. Meer dan voorheen zijn de oude opvattingen over een baan voor het leven gewijzigd in het ontwikkelen van nieuwe vormen van arbeidsrelaties. De toename van het aantal ZZP’ers is daar een voorbeeld van (ING, 2013) komt “het leven lang leren” weer op de agenda (Brief aan de tweede kamer, Toekomstgericht funderend onderwijs, 17 november 2014).
Technologische ontwikkelingen gaan heel hard. En de ontwikkelingen gaan steeds sneller. Vooral de ICT ontwikkelingen blijken voortdurend sneller te gaan. Maar ook de medische ontwikkelingen, van invloed op de levensverwachting en algemeen gezondheid gaan snel. De invloed van de technologie op het dagelijks leven wordt groter. Robotisering neemt steeds sneller toe en er is een integratie van velerlei kunstmatige “intelligentie” in dagdagelijkse gebruiksvoorwerpen. (Kessels, 2013). En door de nieuwe technologie verdwijnt een groot deel ban het bestaande werk.  De nieuwe technologie leidt ook tot een verschuiving in het gebruik van media, nieuwe media en daarmee nieuwe omgangsvormen en vormen van sociaal contacten veranderen. Maar ook zorgen de technologische ontwikkelingen voor een volledig nieuwe informatie stroom inclusief een enorme toename van digitale communicatie. Dat heeft grote gevolgen voor de opvattingen over arbeid en arbeidsrelaties en voor het organiseren van die arbeid: van tijd- en plaatsgebonden naar grote vrijheid (Stegeman, zd). De technologie heeft eveneens grote gevolgen voor het onderwijs, (Brief aan de tweede kamer, Toekomstgericht funderend onderwijs, 17 november 2014).
Ecologie wordt als steeds belangrijker beschouwd. De opvatting dat er ongebreidelde resources zijn, is achterhaald. Meer en meer is er aandacht voor milieuverontreiniging, verantwoord omgaan met natuurlijke bronnen, aandacht voor duurzaam produceren en consumeren en aandacht voor het menselijke milieu: arbeid. Maar tegelijkertijd blijken deze opvattingen mondiaal niet gedeeld te worden. Een helaas sprekend voorbeeld daarvan is het mijn of meer mislukken van de wereldmilieu top. Echte vergaande maatregelen zijn achterwege gebleven. Helaas heeft de klimaatverandering wel grote gevolgen. Op veel plekken in de wereld is er sprake van grote en langdurige droogte terwijl op andere plekken zware en hevige regenbuien deze gebieden teisteren met overstromingen tot gevolg. Het wereld klimaat verschuift. Zuid-Europa heeft al een Noord-Afrikaans klimaat en Noord-Frankrijk heeft een klimaat met Mediterrane eigenschappen. Ook in Nederland is de wijziging merkbaar. Nederland heeft de economische en technologische mogelijkheden hier nog mee om te gaan. Maar een deel van de migratie uit Afrika en het Midden-Oosten naar Europa is ook ontstaan als gevolg van de langdurige droogte. Deze dwong boeren naar de steden, die hierop niet waren berekend en armoede en daarmee maatschappelijke onvrede was een gevolg. Een goede voedingsbodem voor de onrust in dat gebied. Natuurlijk speelt er in de migratiegebieden veel meer, maar klimaatverandering is zeker een oorzaak. Voor Nederland geldt in ieder geval dat steeds meer mensen zich bezinnen op het ongebreideld consumptisme en de ecologisch negatieve gevolgen daar van. Duurzaamheid wordt daarmee steeds belangrijker.
Politieke ontwikkelingen in Nederland. Ook hier zijn verschillende ontwikkelingen herkenbaar. De decentralisatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden legt een claim op de lagere overheden, maar brengt de verantwoordelijkheid ook dichter bij het individu. Ook in het onderwijs. De van bovenaf opgelegde regulering zal verminderen. Er is meer ruimte voor regionale of zelfs individuele ontwikkeling. (Kennisbank Directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties, zd)
1.2 Trends inventarisatie
Er worden door verschillende auteurs vele trends genoemd, afhankelijk van welke achtergrond of insteek die de auteurs hebben. Een aantal van deze trends is meer of minder direct te koppen aan het onderwijs.
Een inventarisatie op internet (met zoektermen:  trends; maatschappelijke ontwikkelingen; onderwijs in de toekomst) levert een aantal trends op. Niet alle trends zijn al even zichtbaar. Sommige zijn al duidelijk te herkennen, voor anderen geldt dat zij net waarneembaar zijn. Bij de DESTEP zijn  ook trends en ontwikkelingen al genoemd, maar een deel neem ik hier in het overzicht opnieuw mee. De meest voorkomende som ik hier op( Berends, 2015; Beschuyt (red.) 2013; Kelderman, Hendrikse & Geerding, 2014; Kessels, 2013; Stegeman, zd; Meyer, 2015; Ouden den, Valkenburg & brok den, 2014; Piljic zd; Roodhart, 2015; Smit 2015)Demografische ontwikkeling: waaronder ook vergrijzing, grotere diversiteit, multicultirisering
·         Technologische ontwikkelingen: waaronder ook ict ontwikkelingen en robotisering
·         Mondialisering of globalisering
·         Ecologisering: waaronder ook duurzaamheid
·         Klimaatveranderingen
·         Gelijkheid en ongelijkheid
·         Nieuwe media
·         Ander curriculum
·         Maatschappelijke onrust
·         Individualisering
·         Dematerialisering
·         Kennisdevaluering
·         Mobiliteit: sociaal, geografisch

Ook de overheid signaleert trends, direct gericht op Nederland, los van bovenstaand overzicht zij noemt ook (Brief aan de tweede kamer, Toekomstgericht funderend onderwijs, 17 november 2014):
·         Ont-idustrialisering
·         Regionale verschillen
·         Participatie maatschappij
·         21 th century skills
·         Arbeidsrelaties: naar zzp’er
·         Leven lang leren

Specifiek voor het onderwijs kunnen dan in ieder geval worden genoemd:
·         Ander curriculum
·         Kennisdevaluering
·         21 th century skills
Maar ook ontwikkelingen als:
·         Ontscholing (letterlijk het gebouw)
·         Variatie in diploma’s
·         Verdwijnen monopolie van kennisoverdracht

De vraag is nu natuurlijk op welke wijze kies ik de trends die het meest opmerkelijke invloed hebben op het onderwijs in 2030? Er zijn zo veel trends dat dit niet eenvoudig is. Een van de criteria om te kiezen is: in hoeverre heeft de trend vrijwel direct invloed op de sector onderwijs. Bijvoorbeeld klimaatverandering en daarmee bedreiging van de eerste levensbehoeften (grote droogte leidt tot mislukte oogsten) kan zeker leiden tot migratie van grote groepen mensen over de gehele wereld, hetgeen nog wordt versterkt door de grote ongelijkheid in inkomen en welvaart. Zelfs basale levensbehoeften, die zeer wisselend verdeeld zijn in de wereld en kunnen leiden tot migratie. Echter direct heeft dit geen invloed op het onderwijs. Indirect overigens waarschijnlijk wel.
Ik heb de keuze beperkt tot die bredere ontwikkelingen die naar mijn mening het meest van invloed zijn voor 2030 voor het onderwijs. En waarbij sommige trends ook zijn gekoppeld aan elkaar.
Bijvoorbeeld het verdwijnen van het schoolgebouw heeft ook te maken met de devaluatie van kennis, die in een aantal situaties zeer snel verouderd, de digitalisering, de 21th century skills (ander curriculum), ICT ontwikkelingen  en nieuwe media.
Dat betekent dat meerdere trends onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
De keuze wordt dan:
·         Curriculum, waarbij onder andere de 21th century skills, technologische ontwikkelingen, kennisdevaluatie en nieuwe media van invloed zijn.
·         Variatie in diploma’s, waarbij ook individualisering (in positieve zin: talentontwikkeling) en gelijkheid en ongelijkheid van invloed zijn.
Deze trends worden op hun beurt weer beïnvloed door bredere maatschappelijke ontwikkelingen die wellicht nu nog minder zichtbaar en zeker nog minder voorspelbaar zijn. Ook nu zijn er vele ontwikkelingen te vinden bij verschillende auteurs. Echter zijn trends nog enigszins waarneembaar en “bewijsbaar”, dat ligt voor deze ontwikkelingen minder duidelijk. Toch kunnen sommige hiervoor genoemde trends worden gezien als bredere maatschappelijke ontwikkeling. In de terminologie van LA4: drijvende krachten.
De twee drijvende krachten die voor mij van belang zijn voor het HBO zijn:
Dematerialisering: De vraag is in hoeverre de economische ontwikkelingen zoals die de afgelopen decennia zijn geweest met de nadruk op materialistisch groei, nog gestand kan houden. De grenzen aan de economie, gebruik grondstoffen, verdeling van arm en rijk zijn wellicht bereikt. Duurzaamheid, ook persoonlijke duurzaamheid waarmee wordt bedoeld de eigen inzetbaarheid, krijgt daarmee een belangrijke betekenis( Piljic; Stegeman). Groei moeten we dan zoeken in de “economie van het geluk” in plaats van de economie van materialisme. Dat houdt ook in een andere kijk op wat belangrijk is in het leven en in de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven (Economie van het geluk).

Ontscholing: hierbij is de vraag of in de toekomst scholen met de monopolie van kennisoverdracht en vaardigheden ontwikkeling in deze vorm nog bestaan. Kennis is op veel plekken te halen, nieuwe media doen hun intrede, leren wordt meer en meer plaats- en tijdonafhankelijk. De rol van de docent gaat wijzigen (Beschuyt, red, 2013; Kessels, 2013; Brief aan de tweede kamer: Toekomstgericht funderend onderwijs, 2014).



Literatuurlijst
Beschuyt, P. (red.) (2013). De school – Een aantrekkelijke plek voor leren en werken in 2030? Koning Boudewijn Stichting.
Bouwen, G., (red) (2014) De nieuwe school in 2030: Hoe maken we leren en werken aantrekkelijk? Koning Boudewijn Stichting.
Brief aan de tweede kamer: Toekomstgericht funderend onderwijs (2014): file:///C:/Users/303975/Downloads/kamerbrief-over-toekomstgericht-funderend-onderwijs.pdf, geraadpleegd: 13 januari 2016
Economie van het geluk (nog verwijzen)
Eck, J., van, Dam, F., van,  Groot, C. de en Jong, A. de (2013). Demografische ontwikkelingen 201-2040. Ruimtelijke effecten en regionale diversiteit. Planbureau voor de leefomgeving; Den Haag.
ING Economisch Bureau (2013). Zzp’er optimistischer over 2013. https://www.ing.nl/media/ING_MKB-Economisch-bureau-februari-2013_tcm162-72024.pdf. Geraadpleegd 14 januari 2016.
Kelderman, H. Hendrikse, P., en Geerding, B. (2014)Trendrapport 2014-2015. Technologie Kompas voor het onderwijs. https://www.kennisnet.nl/fileadmin/kennisnet/publicatie/trendrapport/Trendrapport_2014-2015.pdf geraadpleegd 14 januari 2016.
Kessels, J. (2013) Toekomst van onderwijs in Vlaanderen. Koning Boudewijn Stichting.
Kennisbank Directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties. http://kennisopenbaarbestuur.nl/thema/trends-en-ontwikkelingen, geraadpleegd 16 januari 2016
Meyer, D. (2015) Onderwijs in 2030, een andere wereld. Hogeschool Arnhem en Nijmegen.
Ouden, den, E., Valkenburg, R en Brok, den, P., (2014) Leren in Eindhoven 2030. Visie en roadmap voor de toekomst van educatie. Lighthouse at TU/e; Eindhoven
Roodhart, H (2015) http://www.marketingonline.nl/blog/maatschappelijke-trends-voor-de-toekomst geraadpleegd 14 januari 2016.
Smit, G. (2015)  http://www.dutchcowboys.nl/technology/zijn-we-klaar-voor-de-toekomst, geraadpleegd 12 januari 2016






donderdag 14 januari 2016

Trends en drijvende krachten

·Trends en drijvende krachten, 14 jan 2016

Hoe heb ik dit aangepakt?
Ik ben begonnen met het lezen van de verschillende artikelen, heb op internet gezocht en ben bij mijzelf nagegaan: wat vind ik nu belangrijk? Waar word ik door getriggerd? In positieve of in negatieve zin. Na meerdere en verschillende artikelen gelezen te hebben, op internet gezocht te hebben en erover gereflecteerd te hebben, kwam ik tot de conclusie dat optimistische ontwikkelingen evengoed bestaansrecht hebben als negatieve ontwikkelingen.

Welke trends en drijven krachten komen af op het onderwijs in het algemeen en welke op het HBO onderwijs in het bijzonder?
Onder trends versta ik: momenteel waarneembare, min of meer langdurige maatschappelijke ontwikkelingen of veranderingen die van invloed zijn op de (nabije) toekomst. Drijvende krachten zijn meer algemeen maatschappelijke ontwikkelingen, die vaak ten grondslag liggen aan trends, waarvan de richting en impact nog niet geheel duidelijk zijn en waarvan de toekomstvoorspelling lastig is. Erg duidelijk is dat onderscheid niet altijd. Drijvende krachten kunnen kenmerken hebben van trends. 

Er worden door verschillende auteurs vele trends genoemd, afhankelijk van welke achtergrond of insteek die de auteurs hebben. Soms hebben deze trends meer de kenmerken van drijvende krachten, soms zijn het echte trends die al herkenbaar zijn in de maatschappij. Een aantal van deze trends is meer of minder direct te koppen aan het onderwijs. Omdat drijvende krachten een algemener karakter hebben is een directe koppeling met onderwijs minder eenduidiger.

Een korte inventarisatie op internet (met zoektermen: trends; maatschappelijke ontwikkelingen; onderwijs in de toekomst) levert een aantal trends op. Niet alle trends zijn al even zichtbaar. Sommige zijn al duidelijk te herkennen, voor anderen geldt dat zij net waarneembaar zijn. De meest voorkomende som ik hier op:
·         Demografische ontwikkeling: waaronder ook vergrijzing, grotere diversiteit, multicultiralisering
·         Technologische ontwikkelingen: waaronder ook ict ontwikkelingen en robotisering
·         Mondialisering of globalisering
·         Ecologisering: waaronder ook duurzaamheid
·         Klimaatveranderingen
·         Gelijkheid en ongelijkheid
·         Nieuwe media
·         Ander curriculum
·         Maatschappelijke onrust
·         Individualisering
·         Dematerialisering
·         Kennisdevaluering
·         Mobiliteit: sociaal, geografisch

Ook de overheid signaleert trends, direct gericht op Nederland, los van bovenstaand overzicht zij noemt ook:
·         Ont-idustrialisering
·         Regionale verschillen
·         Participatie maatschappij
·         21 th century skills
·         Arbeidsrelaties: naar zzp’er
·         Leven lang leren

Specifiek voor het onderwijs kunnen dan in ieder geval worden genoemd:
·         Ander curriculum
·         Kennisdevaluering
·         21 th century skills
Maar ook ontwikkelingen als:
·         Ontscholing (letterlijk het gebouw)
·         Variatie in diploma’s
·         Verdwijnen monopolie van kennisoverdracht

De vraag is nu natuurlijk op welke wijze kies ik de trends die het meest opmerkelijke invloed hebben op het onderwijs in 2030? Er zijn zo veel trends dat dit niet eenvoudig is. Een van de criteria om te kiezen is: in hoeverre heeft de trend vrijwel direct invloed op de sector onderwijs. Bijvoorbeeld klimaatverandering en daarmee bedreiging van de eerste levensbehoeften (grote droogte leidt tot mislukte oogsten) kan zeker leiden tot migratie van grote groepen mensen over de gehele wereld, hetgeen nog wordt versterkt door de grote ongelijkheid in inkomen en welvaart. Zelfs basale levensbehoeften, die zeer wisselend verdeeld zijn in de wereld.
Ik heb de keuze beperkt tot die bredere ontwikkelingen die naar mijn mening het meest van invloed zijn voor 2030 voor het onderwijs. En waarbij sommige trends ook zijn gekoppeld.
Bijvoorbeeld het verdwijnen van het schoolgebouw heeft ook te maken met de devaluatie van kennis, die in een aantal situaties zeer snel verouderd, de digitalisering, de 21th century skills (ander curriculum) nieuwe media.
Dat betekent dat meerdere trends onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
De keuze wordt dan:
·         Ander curriculum, waarbij zijdelings onder andere de 21th century skills, technologische ontwikkelingen, kennisdevaluatie en nieuwe media van invloed zijn.
·         Variatie in diploma’s, waarbij zijdelings ook individualisering (in positieve zin: talentontwikkeling) en gelijkheid en ongelijkheid van invloed zijn.
Deze trends worden op hun beurt weer beïnvloed door bredere maatschappelijke ontwikkelingen die wellicht nog wat minder zichtbaar, maar zeker nog minder voorspelbaar zijn. Ook nu zijn er vele ontwikkelingen te vinden bij verschillende auteurs. Echter zijn trends nog enigszins waarneembaar en “bewijsbaar”, dat ligt voor deze ontwikkelingen minder duidelijk. Toch kunnen sommige hiervoor genoemde trends worden gezien als bredere maatschappelijke ontwikkeling. In de terminologie van LA4: drijvende krachten.
De twee drijvende krachten die voor mij van belang zijn voor het HBO zijn:
Dematerialisering: De vraag is in hoeverre de economische ontwikkelingen zoals die de afgelopen decennia zijn geweest met daarbij de nadruk op materialistisch groei nog gestand kan houden. De grenzen aan de economie, gebruik grondstoffen, verdeling van arm en rijk zijn wellicht bereikt. Groei moeten we dan zoeken in de “economie van het geluk” in plaats van de economie van materialisme. Dat houdt ook in een andere kijk op wat belangrijk is in het leven en in de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven.

Ontscholing: hierbij is de vraag of in de toekomst scholen met de monopolie van kennisoverdracht en vaardigheden ontwikkeling in deze vorm nog bestaan. Kennis is op veel plekken te halen, nieuwe media doen hun intrede, leren wordt meer en meer plaats- en tijdonafhankelijk. De rol van de docent gaat wijzigen.

maandag 11 januari 2016

onze poster

hier de link nar onze poster, erg leuk geworden

http://backtothefuturemli.blogspot.nl/

maandag 4 januari 2016

Questkaart 0

Individuele opdracht Questkaart 0, 4 januari 2016

Zoals al in de vorige post is aangegeven is mijn Avatar de vuurvogel. Met uitleg waarom die mij past.
Waar staat de vuurvogel voor mij als symbool voor:
Vrijheid, behulpzaamheid en kleurrijk, apart en herkenbaar. Dat zijn dan ook mijn sterke punten.
Vrijheid in denken: out-of-the-box denken. Vrijheid in handelen: wat vind ik  belangrijk? Daarin dus een eigenheid en zelfstandigheid hanterend. Niet altijd tot ieders genoegen. Ik ben geen meeloper. Wel positief kritisch en analytisch. En behulpzaam waardoor ik toch goed kan samenwerken.
Kleurrijk: wat is er allemaal mogelijk, hoe kun je jezelf op een goede wijze onderscheiden. En herkenbaar, mijn stempel drukt op mijn handelen, mijn zijn, mijzelf.
Kleurrijk: het mag anders dan anders, het mag mooi, het mag buitengewoon. Ook kunnen aanvaarden dat anderen anders denken en handelen, mijzelf aanpassen omdat ik dat belangrijk vind, niet omdat dat van me wordt verwacht.
Creatief om iets nieuws te verzinnen, maar niet zo creatief dat ik echt tot heel vernieuwende zaken kom, ik ben beter in het verbeteren van ideeën van anderen, dan zelf met fundamentele ideeën te komen. Maar daarbinnen wel weer heel creatief om dat idee tot werkelijkheid te kunnen laten worden.
Ik duik graag in de literatuur, ben een veelvraat daarin en destilleer later dan wat echt belangrijk is.
Ik ben analytisch en sterk in het conceptueel denken. Kan dit ook praktisch maken, maar ik ben geen visionair. Tenminste tot nu toe niet.
Voor deze opdracht betekent dat het goed kunnen samenwerken, behulpzaam zijn, analytisch en praktisch als pluspunten. Maar er zijn ook minpunten, ik ben toch wel een digi-beet, kan ongeduldig zijn en soms ook vastlopen in te lange discussies. Aandachtspunten dus.

Leerdoelen:

Ik heb een vernieuwende visie ontwikkelt op mogelijke toekomst scenario’s. Hierbij zijn verschillende perspectieven, ontwikkelingen en trends (toekomstgericht) eigen gemaakt en meegenomen n deze ontwikkeling.

Ik gebruik bij het tot stand brengen van het toekomstbeeld vernieuwende concepten en concepten vanuit andere disciplines. Dit wordt getoond in een visuele aantrekkelijke en vernieuwende vorm

Ik heb interactie met meerdere partijen waaronder externen binnen en buiten het onderwijsveld, gericht op co-creatie ( zoals het concretiseren van ideeën in een product of dienst), leidend tot vervolgactie bij de ander of de eigen onderwijsorganisatie.

zondag 3 januari 2016

Mijn Avatar: L'Oiseau de Feu: de Vuurvogel uit de beroemde Parijse Stravinskyfontein.
De vuurvogel is een fabeldier uit een Russisch sprookje en dit sprookje is op muziek  gezet door Stravinsky in een ballet. De vuurvogel houdt van zijn vrijheid, overwint de dood en helpt degenen die dat nodig hebben.
In de fontein is de vuurvogel zeer kleurrijk, apart en meteen herkenbaar.
Nu zal ik de dood niet overwinnen, maar ik ben zeker behulpzaam, ben kleurrijk, apart en herkenbaar. En ik ben zeer gesteld op mijn vrijheid.

L'Oiseau de Feu, c'est moi


Oh ja, Parijs is een heel leuke stad.

LA4

Op naar een nieuw arrangement: LA4.
We gaan weer beginnen, nieuw jaar, nieuwe ronden nieuwe prijzen.